Scope 3 berekenen voor het MKB; begin slim, niet perfect

Scope 3: ingewikkeld genoeg om uit te stellen, belangrijk genoeg om vandaag te beginnen

Je wilt als bedrijf serieus werk maken van je CO2-uitstoot. Scope 1 is meestal nog redelijk overzichtelijk. Je verzamelt het gasverbruik, de brandstof van bedrijfswagens en eventuele andere directe emissies. Ook scope 2, de uitstoot die samenhangt met ingekochte energie, is doorgaans goed in kaart te brengen. Maar zodra scope 3 op tafel komt, verandert de situatie. Ineens gaat het over leveranciers, grondstoffen, transport, zakelijke reizen, woon-werkverkeer, het gebruik van verkochte producten en zelfs wat er met die producten gebeurt wanneer ze aan het einde van hun levensduur zijn gekomen.

Voor veel MKB-bedrijven is dat het moment waarop een CO2-berekening een stuk minder overzichtelijk begint te voelen. Niet omdat bedrijven het belang ervan niet begrijpen, maar omdat een groot deel van de benodigde informatie buiten de eigen organisatie ligt. Je weet waarschijnlijk precies hoeveel je aan een leverancier hebt betaald, maar daarmee weet je nog niet hoeveel CO2 is vrijgekomen bij de productie van de materialen die je hebt ingekocht.

Toch is dat geen goede reden om scope 3 voorlopig maar even te parkeren. Juist in scope 3 zit voor veel bedrijven een groot deel van de totale klimaatimpact. Bovendien hoef je voor een eerste berekening helemaal niet over perfecte data te beschikken. Het belangrijkste is dat je begint met de informatie die er wél is, daarmee de belangrijkste emissiebronnen opspoort en vervolgens stap voor stap de kwaliteit van je berekening verbetert. Scope 3 berekenen voor het MKB is daarmee minder een zoektocht naar absolute nauwkeurigheid en meer een proces van steeds beter begrijpen waar je impact zit.

In het kort: dit moet je weten over scope 3

Heb je weinig tijd? Onthoud dan vooral dit:

  • Scope 3 omvat de indirecte CO2-uitstoot in je waardeketen en dan zowel voor (upstream, leveranciers) als achter jou (downstream, afnemers).
  • Voor veel bedrijven vormt scope 3 het grootste gedeelte van hun totale klimaatimpact.
  • Je hoeft niet direct alle vijftien scope 3-categorieën tot achter de komma uit te rekenen.
  • Begin met de categorieën die waarschijnlijk de grootste impact hebben.
  • Je bestaande inkoop- en boekhoudgegevens zijn vaak voldoende voor een eerste schatting.
  • Met een spend-based berekening kun je relatief eenvoudig ontdekken waar je grootste CO2-hotspots zitten.
  • Verbeter daarna ieder jaar je data en berekening.

 

Of nog korter:

Begin met wat je weet. Ontdek waar de impact zit. Verbeter vervolgens wat ertoe doet.

Dat klinkt misschien minder indrukwekkend dan een groot ESG-programma met drie stuurgroepen en zeven dashboards. Maar de kans dat het daadwerkelijk iets oplevert, is aanzienlijk groter.

Wat is scope 3 eigenlijk?

Het GHG Protocol verdeelt de uitstoot van broeikasgassen van organisaties over drie verschillende scopes. Scope 1 bestaat uit emissies die je organisatie rechtstreeks veroorzaakt. Denk bijvoorbeeld aan aardgas voor verwarming, brandstof voor bedrijfswagens of emissies uit een productieproces. Scope 2 gaat over de indirecte uitstoot die samenhangt met ingekochte energie, zoals elektriciteit.

Scope 3 omvat alle overige indirecte emissies die ontstaan in de waardeketen van je organisatie. Dat kan zowel vóór jouw eigen bedrijfsactiviteiten zijn, de zogenaamde upstream emissies, als daarna, de downstream emissies. Het GHG Protocol onderscheidt hiervoor vijftien verschillende categorieën. Daaronder vallen bijvoorbeeld ingekochte goederen en diensten, transport, afval, zakelijke reizen, woon-werkverkeer, het gebruik van verkochte producten en de verwerking daarvan aan het einde van hun levensduur.

Juist dat brede karakter maakt scope 3 ingewikkeld. De informatie die je nodig hebt, bevindt zich namelijk lang niet altijd in je eigen administratie. Wil je precies weten wat de CO2-impact is van een ingekochte stalen plaat, dan moet je eigenlijk weten hoe en waar het staal is geproduceerd, welke energie daarbij is gebruikt, welk aandeel gerecycled materiaal erin zit en hoe het vervolgens naar jouw bedrijf is vervoerd. Dat soort informatie is in de praktijk niet altijd direct beschikbaar.

Gelukkig betekent dit niet dat je zonder die informatie niets kunt doen. Het GHG Protocol biedt ruimte om in een eerste fase met gemiddelde emissiefactoren en schattingsmethoden te werken. Daarmee kun je met de gegevens die je al hebt een eerste beeld krijgen van de omvang en verdeling van je scope 3-emissies.

Waarom scope 3 voor het MKB steeds belangrijker wordt

Scope 3 berekenen is niet alleen interessant omdat duurzaamheid steeds hoger op de agenda staat. Het raakt steeds vaker rechtstreeks aan de manier waarop bedrijven zaken doen. Grote klanten willen bijvoorbeeld weten wat de CO2-uitstoot van hun leveranciers is, omdat die uitstoot onderdeel wordt van hun eigen scope 3. Als jij onderdeel bent van hun waardeketen, kan jouw CO2-informatie daarmee ineens commerciële waarde krijgen.

Ook vanuit inkoop en risicomanagement is scope 3 relevant. Wanneer een groot deel van je klimaatimpact wordt veroorzaakt door een beperkt aantal grondstoffen of leveranciers, is de kans groot dat daar ook andere risico’s zitten. Denk aan stijgende energieprijzen, CO2-beprijzing, schaarste van grondstoffen of strengere eisen aan productieprocessen. Door je waardeketen beter te begrijpen, krijg je dus niet alleen inzicht in emissies, maar mogelijk ook in toekomstige kosten en afhankelijkheden.

Daar zit tegelijkertijd een kans. Als een bepaalde grondstof verantwoordelijk blijkt te zijn voor een aanzienlijk deel van je uitstoot, kun je onderzoeken of een alternatief materiaal, een hoger percentage gerecycled materiaal of een andere leverancier mogelijk is. Scope 3 wordt dan geen rapportageoefening, maar informatie waarmee je betere keuzes kunt maken.

Scope 3 mkb

Je hoeft niet alle vijftien categorieën tegelijk aan te pakken

Een begrijpelijke reactie op de vijftien scope 3-categorieën is om ze allemaal netjes onder elkaar te zetten en vervolgens overal data voor te gaan verzamelen. Dat klinkt grondig, maar voor veel MKB-bedrijven is het vooral een uitstekende manier om veel tijd kwijt te zijn voordat er ook maar één bruikbaar inzicht ontstaat.

Een praktischere aanpak is om eerst te bepalen welke categorieën waarschijnlijk materieel zijn voor jouw organisatie. Een eerste aanwijzing daarvoor vind je vaak gewoon in je financiële administratie. CO2-emissies volgen weliswaar niet één-op-één het geld, maar je grootste inkoopstromen geven vaak een goede indicatie van de plekken waar je verder moet kijken.

Een productiebedrijf dat veel grondstoffen en halffabricaten inkoopt, zal waarschijnlijk een belangrijke emissiepost hebben bij ingekochte goederen en diensten. Een bedrijf dat veel extern transport inzet, moet juist goed kijken naar transport en distributie. Verkoop je machines of apparaten die tijdens hun levensduur veel energie gebruiken, dan kan het gebruik van verkochte producten uiteindelijk veel belangrijker zijn dan de emissies die tijdens de productie ontstaan.

Het doel is dus niet om in de eerste ronde ieder mogelijk detail te onderzoeken. Je wilt eerst weten waar de grote emissiebronnen zitten. Als je die hebt gevonden, kun je je tijd en budget inzetten op de onderdelen waar betere data ook daadwerkelijk iets oplevert.

De 15 categorieën van scope 3

Het GHG Protocol verdeelt scope 3-emissies over vijftien categorieën. De eerste acht hebben betrekking op activiteiten vóór of rondom je eigen bedrijfsvoering (upstream). De overige zeven hebben betrekking op wat er gebeurt nadat producten of diensten je organisatie hebben verlaten (downstream).

Upstream – vóór en rondom je eigen organisatie

1. Ingekochte goederen en diensten
De uitstoot die ontstaat bij de productie van grondstoffen, materialen, producten en diensten die je organisatie inkoopt.

2. Kapitaalgoederen
De uitstoot die samenhangt met de productie van bijvoorbeeld machines, voertuigen, gebouwen en andere bedrijfsmiddelen die je aanschaft.

3. Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten
Emissies uit de winning, productie en het transport van brandstoffen en energie die niet al onder scope 1 of 2 vallen.

4. Upstream transport en distributie
De uitstoot van transport en distributie van ingekochte goederen voordat deze je organisatie bereiken, voor zover deze activiteiten niet onder scope 1 of 2 vallen.

5. Afval uit de bedrijfsvoering
Emissies die ontstaan bij de verwerking en het transport van afval dat door je eigen bedrijfsactiviteiten wordt veroorzaakt.

6. Zakelijke reizen
De uitstoot van zakelijke reizen met bijvoorbeeld vliegtuig, trein, taxi of privéauto, voor zover deze niet al onder scope 1 of 2 valt.

7. Woon-werkverkeer van medewerkers
De uitstoot die ontstaat doordat medewerkers tussen hun woning en werkplek reizen.

8. Upstream geleasete activa
Emissies van geleasete gebouwen, voertuigen, machines of andere bedrijfsmiddelen die niet al in scope 1 en 2 van je organisatie zijn opgenomen.

Downstream – nadat je product of dienst je organisatie verlaat

9. Downstream transport en distributie
De uitstoot van het vervoer, de opslag en distributie van verkochte producten nadat deze je organisatie hebben verlaten, voor zover deze activiteiten buiten scope 1 en 2 vallen.

10. Verwerking van verkochte producten
Emissies die ontstaan wanneer afnemers jouw verkochte tussenproducten verder verwerken tot een eindproduct.

11. Gebruik van verkochte producten
De uitstoot die ontstaat tijdens het gebruik van producten die je hebt verkocht. Bij energiegebruikende producten kan dit een zeer grote scope 3-categorie zijn.

12. Verwerking aan het einde van de levensduur
De uitstoot die ontstaat bij recycling, verbranding, storting of een andere afvalverwerking van verkochte producten wanneer deze worden afgedankt.

13. Downstream geleasete activa
Emissies van bedrijfsmiddelen die jouw organisatie bezit en aan anderen verhuurt of leaset, voor zover deze niet al onder scope 1 en 2 vallen.

14. Franchises
Emissies van franchiseactiviteiten die niet binnen scope 1 en 2 van de rapporterende organisatie vallen.

15. Investeringen
De uitstoot die samenhangt met investeringen en financieringen. Deze categorie is met name relevant voor financiële instellingen en organisaties met omvangrijke investeringsportefeuilles.

Goed om te onthouden: dat er vijftien categorieën zijn, betekent niet dat je ze alle vijftien met dezelfde diepgang moet uitwerken. Welke categorieën belangrijk zijn, hangt af van je sector, activiteiten en waardeketen. Daarom bepalen we bij Robin Good met een hotspot-analyse eerst waar de grootste potentiële impact zit. Pas daarna zoomen we in op de categorieën, leveranciers en activiteiten die er voor jouw organisatie werkelijk toe doen.

Waar zit scope 3 bij verschillende soorten bedrijven?

De belangrijkste scope 3-categorieën verschillen sterk per sector en bedrijfsmodel. Voor een transportbedrijf ziet de waardeketen er immers heel anders uit dan voor een accountantskantoor of een metaalproducent.

Bij logistieke bedrijven en transportondernemingen ligt veel aandacht vanzelfsprekend bij brandstofverbruik. Dat is zichtbaar, meetbaar en vaak al onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering. Toch zijn er daarnaast relevante indirecte emissies, bijvoorbeeld door de productie en distributie van brandstoffen, de inkoop van banden en onderdelen en transport dat wordt uitgevoerd door subcontractors. Vooral dat laatste kan een aanzienlijke blinde vlek zijn. De vrachtwagen staat misschien niet op jouw balans, maar rijdt wel om jouw dienstverlening mogelijk te maken.

Voor IT-bedrijven en zakelijke dienstverleners ligt het zwaartepunt ergens anders. Een organisatie zonder fabriek of groot wagenpark kan op het eerste gezicht een relatief kleine footprint lijken te hebben, maar ook laptops, telefoons, servers en andere hardware moeten worden geproduceerd. Daarnaast maken cloudservices gebruik van datacenters, reizen medewerkers naar klanten en zorgt woon-werkverkeer voor uitstoot. De klimaatimpact van een zakelijke dienstverlener staat dus niet noodzakelijk op de parkeerplaats; een deel ervan kan zich ook in de digitale infrastructuur bevinden.

Bij productie- en maakbedrijven is de inkoop van grondstoffen en halffabricaten vaak een belangrijke categorie. Daarnaast kunnen transport, verdere verwerking van producten, de gebruiksfase en de verwerking aan het einde van de levensduur relevant zijn. Juist bij deze bedrijven kan een scope 3-analyse interessante inzichten opleveren. Wanneer bijvoorbeeld blijkt dat één grondstof een groot gedeelte van de totale uitstoot veroorzaakt, ontstaat er een concrete mogelijkheid om te onderzoeken of gerecycled materiaal, een ander productieproces of een alternatieve leverancier een verschil kan maken.

Begin met de gegevens die je al hebt

Voor een eerste scope 3-berekening hoef je niet meteen tientallen of honderden leveranciers om gedetailleerde CO2-data te vragen. Een toegankelijke manier om te beginnen is de zogenaamde spend-based methode. Daarbij gebruik je financiële gegevens uit je administratie en koppel je verschillende soorten uitgaven aan passende emissiefactoren.

De basisberekening is eenvoudig:

inkoopbedrag × emissiefactor = geschatte CO2-uitstoot

Deze methode levert geen perfecte berekening op. De onzekerheidsmarge kan behoorlijk zijn, omdat je werkt met gemiddelde emissiefactoren in plaats van specifieke gegevens van individuele leveranciers. Voor een eerste scope 3-berekening hoeft dat echter geen probleem te zijn. Het belangrijkste doel is in deze fase om te ontdekken waar de grootste emissiebronnen waarschijnlijk zitten. Met die informatie kun je bepalen welke categorieën en leveranciers verdere aandacht verdienen en waar het zinvol is om betere data te verzamelen.

Stel bijvoorbeeld dat je met honderd leveranciers werkt. Uit een eerste berekening blijkt dat tien leveranciers samen verantwoordelijk zijn voor een groot deel van je geschatte scope 3-emissies. Dan is het logisch om juist bij die tien leveranciers betere gegevens op te vragen. Dat is efficiënter dan alle honderd leveranciers dezelfde uitgebreide vragenlijst te sturen en vervolgens maanden bezig te zijn met het verzamelen van informatie die uiteindelijk nauwelijks invloed heeft op je totale footprint.

scope 3

Eerst de hotspots bepalen, daarna pas inzoomen

Bij Robin Good beginnen we een scope 3-berekening daarom meestal met een hotspot-analyse. Het doel daarvan is niet om direct iedere emissie tot achter de komma nauwkeurig te berekenen, maar om eerst te bepalen waar in de waardeketen waarschijnlijk de grootste CO2-impact zit. We gebruiken daarvoor de gegevens die binnen de organisatie al beschikbaar zijn, zoals inkoopgegevens, hoeveelheden, transportgegevens en informatie over de belangrijkste producten en leveranciers. Waar specifieke data ontbreekt, kunnen we in deze eerste fase werken met gemiddelde emissiefactoren en onderbouwde aannames.

De uitkomst geeft een eerste beeld van de verdeling van de scope 3-uitstoot. Daardoor wordt zichtbaar welke materialen, leveranciers, activiteiten of scope 3-categorieën eruit springen. Dat zijn de hotspots waarop we vervolgens verder inzoomen. In plaats van overal tegelijk betere data te verzamelen, richten we onze aandacht dus eerst op de onderdelen waar nauwkeurigere informatie ook daadwerkelijk verschil kan maken.

Stel bijvoorbeeld dat uit de hotspot-analyse blijkt dat twee grondstoffen samen verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de geschatte scope 3-uitstoot. Dan heeft het weinig zin om eerst veel tijd te besteden aan het nauwkeurig berekenen van kantoorafval of een kleine leverancier. We onderzoeken liever welke hoeveelheden van die grondstoffen precies worden ingekocht, welke varianten worden gebruikt, waar ze vandaan komen en of leveranciers specifieke CO2-data beschikbaar hebben. Daarmee wordt de berekening nauwkeuriger op de plek waar dat het meeste effect heeft.

Een hotspot-analyse maakt scope 3 berekenen voor het MKB daarmee een stuk overzichtelijker en efficiënter. Je probeert niet vanaf dag één alles te weten, maar gebruikt een eerste berekening om te bepalen wat je als eerste wílt weten. Dat bespaart tijd en kosten en levert bovendien sneller informatie op waarmee je daadwerkelijk kunt sturen. Want uiteindelijk is het niet de bedoeling om alleen een steeds mooiere CO2-berekening te maken. Je wilt vooral ontdekken waar de grootste mogelijkheden liggen om de uitstoot in je waardeketen te verminderen.

Van grove schatting naar steeds betere informatie

Een goede scope 3-berekening ontwikkelt zich in de loop van de tijd. In het eerste jaar kun je relatief veel gebruikmaken van financiële gegevens en gemiddelde emissiefactoren. Zodra duidelijk wordt welke categorieën het belangrijkst zijn, kun je voor die onderdelen overstappen naar activiteitsdata.

In plaats van het bedrag dat je aan staal hebt uitgegeven, gebruik je dan bijvoorbeeld het daadwerkelijke aantal ton staal dat je hebt ingekocht. Daar kun je vervolgens een emissiefactor aan koppelen die past bij het specifieke type staal. Een volgende stap is om bij de belangrijkste leveranciers primaire informatie op te vragen over hun daadwerkelijke uitstoot of de footprint van het geleverde product.

Zo wordt de berekening ieder jaar nauwkeuriger zonder dat je vanaf het begin een enorm datasysteem hoeft op te tuigen. Dat is voor veel MKB-bedrijven een realistischer groeipad: eerst een bruikbare baseline maken, daarna de grootste onzekerheden aanpakken en uiteindelijk steeds meer specifieke informatie uit de keten gebruiken.

In zeven stappen naar een eerste scope 3-berekening

Een eerste scope 3-berekening hoeft geen maandenlang project te worden. Door het proces op te delen in een aantal overzichtelijke stappen, kun je beginnen met de informatie die binnen je organisatie al beschikbaar is. Vervolgens verbeter je de berekening op de punten waar dat daadwerkelijk waarde toevoegt. De volgende zeven stappen geven je daarvoor een praktische aanpak.

  1. Breng je waardeketen op hoofdlijnen in kaart.
    Kijk naar wat je inkoopt, waar het vandaan komt, hoe het wordt vervoerd, wat er binnen je organisatie mee gebeurt, hoe je product of dienst bij de klant terechtkomt en wat er daarna gebeurt. Hiervoor is in eerste instantie geen uitgebreid onderzoek nodig. Een gesprek met bijvoorbeeld inkoop, operations en finance kan al voldoende zijn om de belangrijkste stromen zichtbaar te maken.
  2. Verzamel en categoriseer je inkoopgegevens.
    Exporteer bijvoorbeeld de inkoopgegevens van het afgelopen kalenderjaar uit je boekhouding of ERP-systeem. Groepeer leveranciers en uitgaven vervolgens in logische categorieën, zoals grondstoffen, transport, IT, verpakkingen en externe dienstverlening. Houd het in deze eerste fase overzichtelijk; vijf tot tien hoofdcategorieën kunnen al voldoende zijn om een goed eerste beeld te krijgen.
  3. Bepaal welke scope 3-categorieën relevant zijn.
    Leg je waardeketen en inkoopgegevens naast de vijftien categorieën van het GHG Protocol. Beoordeel vervolgens welke categorieën waarschijnlijk een belangrijke bijdrage leveren aan je totale uitstoot. Je hoeft niet iedere categorie met dezelfde nauwkeurigheid uit te werken. Richt je eerst op de onderdelen waarvan je verwacht dat ze materieel zijn voor jouw organisatie.
  4. Kies passende emissiefactoren.
    Zoek voor de geselecteerde activiteiten, materialen of uitgaven naar betrouwbare emissiefactoren. Hoe specifieker een emissiefactor aansluit bij wat je daadwerkelijk inkoopt of doet, hoe beter de berekening. Tegelijkertijd moet het zoeken naar de perfecte factor niet leiden tot eindeloos uitstel. Een goed onderbouwde gemiddelde emissiefactor is voor een eerste berekening vaak prima bruikbaar.
  5. Maak de berekening en leg je keuzes vast.
    Vermenigvuldig je activiteitsgegevens, zoals kilo’s, kilometers of kilowatturen, of je financiële gegevens met de bijbehorende emissiefactoren. Documenteer daarbij welke gegevens je hebt gebruikt, waar de emissiefactor vandaan komt, welke aannames je hebt gemaakt en waar onzekerheden zitten. Een overzichtelijk Excel-model met een aparte plek voor bronnen en aannames kan hiervoor in deze fase uitstekend voldoen.
  6. Controleer of de uitkomst logisch is.
    Bekijk niet alleen het totaal, maar vooral de verhouding tussen de verschillende categorieën. Welke emissieposten springen eruit en past dat bij wat je weet over je bedrijfsmodel en waardeketen? Een onverwacht hoge uitkomst hoeft niet verkeerd te zijn; het kan juist een belangrijke ontdekking zijn. Bij opvallende resultaten is het wel verstandig om de gebruikte gegevens, eenheden en aannames nog een keer te controleren.
  7. Vertaal de uitkomst naar een verbeterplan.
    Een scope 3-berekening krijgt pas echt waarde wanneer je er iets mee doet. Bepaal daarom voor welke categorieën je volgend jaar betere gegevens wilt verzamelen, bij welke leveranciers je primaire CO2-data wilt opvragen en waar mogelijkheden liggen om de uitstoot daadwerkelijk te verminderen. Leg daarbij ook vast wie binnen de organisatie verantwoordelijk is en wanneer je de volgende stap wilt zetten.

 

Met deze zeven stappen heb je misschien nog geen scope 3-berekening die tot drie cijfers achter de komma nauwkeurig is, maar wel iets dat voor een eerste jaar veel waardevoller is: een onderbouwd beeld van waar je belangrijkste emissies zitten. Vanuit die basis kun je gericht verder werken aan betere data en concrete reductiemaatregelen. Zo wordt scope 3 geen eindeloze zoektocht naar cijfers, maar een praktisch instrument om je waardeketen stap voor stap te verbeteren.

Stappenplan Scope 3 berekenen mkb

De tool is minder belangrijk dan de methode

Er zijn inmiddels verschillende databases, softwareoplossingen en platforms beschikbaar om scope 3-emissies te berekenen. In de oorspronkelijke tekst worden onder andere Climatiq, Ecoinvent, EEIO-databases en leveranciersplatforms genoemd. Voor specifieke materialen of complexere waardeketens kunnen dergelijke hulpmiddelen absoluut waarde toevoegen.

Toch hoeft software niet je eerste investering te zijn. Voor een eerste meetjaar kan een goed opgezet spreadsheet voldoende zijn, mits je betrouwbare emissiefactoren gebruikt en je keuzes consequent documenteert. De belangrijkste vraag is namelijk niet hoe mooi het dashboard eruitziet, maar of je kunt uitleggen hoe de cijfers tot stand zijn gekomen en of je de berekening volgend jaar op een vergelijkbare manier kunt herhalen.

Dat is ook belangrijk wanneer je de resultaten uiteindelijk gebruikt voor rapportage, certificering of communicatie richting klanten. Een cijfer krijgt pas waarde wanneer duidelijk is waarop het gebaseerd is.

Scope 3 als onderdeel van je bedrijfsvoering

Scope 3 wordt vaak benaderd als een duurzaamheidsvraagstuk, terwijl het in werkelijkheid veel breder is. De analyse raakt aan inkoop, leveranciersmanagement, productontwikkeling, logistiek, risicomanagement en uiteindelijk ook aan je commerciële positie.

Wanneer een belangrijke klant CO2-informatie van leveranciers gaat vragen, is het prettig als je die informatie beschikbaar hebt. Wanneer een belangrijke grondstof duurder wordt door energieprijzen of CO2-beprijzing, helpt het als je al weet hoe afhankelijk je daarvan bent. En wanneer blijkt dat een alternatief materiaal niet alleen minder CO2 veroorzaakt maar ook minder gevoelig is voor prijsstijgingen, kan een duurzaamheidsmaatregel ineens ook gewoon een goede bedrijfseconomische beslissing zijn.

Daarmee wordt scope 3 interessant voor veel meer mensen dan alleen degene die binnen de organisatie ‘iets met duurzaamheid’ doet. Inkoop, finance, operations en directie hebben allemaal een rol, juist omdat de grootste verbeteringen vaak ontstaan door andere keuzes in de dagelijkse bedrijfsvoering.

Hoe Robin Good je helpt om scope 3 werkbaar te maken

Bij Robin Good vinden we niet dat iedere ondernemer eerst specialist in emissiefactoren, klimaatrapportages en internationale standaarden moet worden voordat hij met scope 3 kan beginnen. Onze rol als ESG Consultant is juist om ingewikkelde onderwerpen terug te brengen naar een aanpak die past bij de omvang, ambities en mogelijkheden van jouw organisatie.

We helpen bijvoorbeeld bij het bepalen welke scope 3-categorieën werkelijk relevant zijn, welke gegevens al beschikbaar zijn en welke aanvullende informatie nodig is. Vervolgens kunnen we ondersteunen bij het structureren van de berekening, het beoordelen van aannames en emissiefactoren en het vertalen van de resultaten naar concrete verbeteracties. Daarbij kijken we nadrukkelijk verder dan alleen de CO2-footprint. We willen weten wat de uitkomst betekent voor je leveranciers, je inkoopbeleid, je risico’s en je mogelijkheden om daadwerkelijk te verduurzamen.

Het uitgangspunt is daarbij altijd dat de aanpak in verhouding moet staan tot het doel. Als een overzichtelijk Excel-model voldoende is, gaan we je geen duur systeem adviseren omdat het toevallig meer knopjes heeft. Als vijf leveranciers samen het grootste gedeelte van je impact bepalen, beginnen we liever daar dan met een maandenlange inventarisatie van iedere kleine inkooppost.

Praktisch, betaalbaar en met een glimlach

Dat is precies wat we bij Robin Good bedoelen met praktisch, betaalbaar en met een glimlach. Praktisch betekent dat we beginnen met wat er al is en zoeken naar maatregelen die je daadwerkelijk kunt uitvoeren. Betaalbaar betekent dat we tijd en budget inzetten op de onderdelen waar ze de meeste waarde opleveren. En met een glimlach betekent dat we ESG serieus nemen, zonder er een onnodig zwaar of ingewikkeld traject van te maken.

Scope 3 zal nooit de eenvoudigste berekening binnen je bedrijf worden. Dat hoeft ook niet. Als je begrijpt waar je grootste impact zit, kunt uitleggen hoe je tot je cijfers bent gekomen en ieder jaar gericht verbetert, ben je al een heel eind op weg.

Logo Robin Good Stapel

Begin niet perfect, begin verstandig

De grootste valkuil bij scope 3 berekenen voor het MKB is wachten totdat alle gegevens beschikbaar zijn. In de praktijk komt dat moment waarschijnlijk nooit. Leveranciers hebben niet allemaal dezelfde informatie, emissiefactoren veranderen en ook je eigen organisatie en waardeketen ontwikkelen zich voortdurend.

Begin daarom met een onderbouwde eerste schatting op basis van de gegevens die je al hebt. Gebruik die berekening om de belangrijkste emissiebronnen te identificeren en bepaal vervolgens waar betere data de meeste waarde toevoegt. Zo bouw je stap voor stap aan een steeds betrouwbaardere scope 3-inventaris en, belangrijker nog, aan inzicht waarmee je betere keuzes kunt maken.

Wil je weten welke scope 3-categorieën voor jouw organisatie relevant zijn of wil je een eerste berekening maken zonder er meteen een enorm project van te maken? Neem dan contact op met Robin Good. We kijken samen naar je waardeketen, beschikbare gegevens en belangrijkste CO2-hotspots en bepalen welke aanpak bij jouw organisatie past. Praktisch, betaalbaar en met een glimlach.

Contact opnemen

Laat je gegevens achter en we nemen direct contact met je op!

×