Het nieuwe klimaatrapport van de Verenigde Naties (UNEP-klimaatrapport) laat zien hoe dringend we onze CO₂-uitstoot moeten verminderen. Indrukwekkende cijfers, stevige conclusies en ambitieuze doelstellingen. Maar terwijl de wereld zich buigt over percentages en jaartallen, zit jij als ondernemer waarschijnlijk met een heel andere vraag: wat kan ik hier maandagmorgen mee in mijn eigen organisatie?
Want laten we eerlijk zijn. Je kunt prima begrijpen dat de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen drastisch omlaag moet. Maar tussen een internationaal klimaatrapport en de dagelijkse praktijk van jouw organisatie zit nogal wat ruimte. Je hebt medewerkers, klanten, leveranciers, een energierekening en waarschijnlijk een agenda die nu al behoorlijk gevuld is. En dan vertelt een rapport van de Verenigde Naties dat er dringend actie nodig is. Prima, maar waar begin je?
Het goede nieuws is dat veel oplossingen uit het rapport verrassend concreet te vertalen zijn naar jouw organisatie. Soms vraagt dat om een investering, maar regelmatig kun je ook al verschil maken door slimmer te organiseren, anders in te kopen of bestaande processen kritisch te bekijken. Bovendien kunnen maatregelen die goed zijn voor het klimaat ook financieel interessant zijn. En juist die combinatie maakt duurzaam ondernemen de moeite waard.
De belangrijkste boodschap: je kunt meer doen dan je denkt
Het nieuwe klimaatrapport van het United Nations Environment Programme (UNEP) maakt duidelijk dat wereldwijd veel sneller moet worden gewerkt aan het terugdringen van broeikasgassen. Maar het rapport laat ook zien dat veel oplossingen al beschikbaar zijn. Het gaat dus niet uitsluitend om nieuwe technologieën of ingrijpende politieke besluiten, maar vooral om het versneld toepassen van maatregelen waarvan we weten dat ze werken.
Voor jouw organisatie liggen er mogelijkheden op verschillende terreinen. Denk aan het verminderen van energieverbruik, het gebruik van duurzame energie, efficiënter transport, bewustere inkoop en het voorkomen van materiaalverspilling. Welke maatregelen het meeste opleveren, hangt af van je bedrijfsactiviteiten. Een productiebedrijf heeft nu eenmaal andere mogelijkheden dan een adviesbureau of een winkel.
De belangrijkste conclusie is dat je niet alles tegelijk hoeft aan te pakken. Door eerst inzicht te krijgen in waar jouw organisatie de meeste impact heeft, kun je gericht keuzes maken. Daarmee voorkom je dat duurzaamheid een verzameling losse initiatieven wordt en maak je er een onderdeel van je bedrijfsvoering van.
Wat vertelt het nieuwe UNEP-klimaatrapport ons?
In oktober 2026 publiceerde UNEP het Emissions Gap Report 2026, met de veelzeggende ondertitel The point of return. Het rapport onderzoekt wat er nodig is om de wereldwijde temperatuurstijging, na een tijdelijke overschrijding van 1,5°C, uiteindelijk weer terug te brengen richting die grens.
De conclusies zijn stevig. Om dat mogelijk te maken, moeten de wereldwijde broeikasgasemissies ten opzichte van 2025 met ongeveer 18% dalen in 2030, 45% in 2035 en 69% in 2040. Zelfs wanneer landen hun huidige klimaatbeloften volledig nakomen, blijft er volgens UNEP een aanzienlijk verschil bestaan tussen de verwachte uitstoot en wat nodig is om de klimaatdoelstellingen te bereiken.
Toch is het rapport niet uitsluitend somber. De onderzoekers wijzen ook op de sterke ontwikkeling van hernieuwbare energie, de mogelijkheden van energiebesparing en de resultaten van klimaatmaatregelen die al worden toegepast. Vooral hoofdstuk 5 is interessant, omdat daarin wordt gekeken naar de voortgang op concrete terreinen zoals duurzame energie, energie-efficiëntie, elektrificatie, methaanreductie en het tegengaan van ontbossing.
De belangrijkste boodschap is eigenlijk vrij eenvoudig: we weten op veel terreinen al wat werkt, maar we moeten het sneller en op grotere schaal toepassen. En hoewel het rapport zich voornamelijk richt op mondiale ontwikkelingen en overheidsbeleid, zijn veel van deze oplossingsrichtingen ook relevant voor bedrijven.



Waarom is CO₂-uitstoot verminderen belangrijk voor jouw organisatie?
Misschien denk je dat jouw organisatie maar een minuscuul deel van de wereldwijde uitstoot veroorzaakt. Dat zal voor veel kleinere bedrijven inderdaad zo zijn. Maar wanneer duizenden organisaties op dezelfde manier naar hun eigen bijdrage kijken, blijft een enorme hoeveelheid verbeterpotentieel onbenut. Juist de gezamenlijke inspanning van bedrijven kan helpen om de wereldwijde klimaatdoelstellingen dichterbij te brengen.
Daarbij is het belangrijk om verder te kijken dan uitsluitend de klimaatimpact. Veel maatregelen die bijdragen aan CO₂-uitstoot verminderen, hebben namelijk ook directe zakelijke voordelen. Minder energieverbruik betekent lagere kosten, efficiëntere logistiek betekent minder kilometers en minder materiaalverspilling betekent dat je minder hoeft in te kopen. Duurzaamheid is daarmee niet alleen een maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar kan ook bijdragen aan een efficiëntere en toekomstbestendigere organisatie.
Bovendien krijgen steeds meer bedrijven vragen van klanten, opdrachtgevers en andere zakelijke relaties over hun duurzaamheidsprestaties. Ook wanneer je zelf niet verplicht bent om uitgebreid over duurzaamheid te rapporteren, kun je via klanten en leveranciers toch met dergelijke vragen te maken krijgen. Organisaties die weten waar hun impact ligt en welke maatregelen ze nemen, kunnen daar doorgaans beter op inspelen.
Maar hoe vertaal je de aanbevelingen uit het UNEP-rapport naar concrete verbeteringen binnen jouw organisatie?
1. Energie besparen: de goedkoopste energie is de energie die je niet gebruikt
Een van de belangrijkste onderwerpen uit het UNEP-rapport is het versnellen van energiebesparing. Wereldwijd is afgesproken om de jaarlijkse verbetering van de energie-efficiëntie richting 2030 te verdubbelen. Dat klinkt technisch, maar voor jouw organisatie begint het met een eenvoudige vraag: waar gebruiken we energie zonder dat dit daadwerkelijk waarde toevoegt?
Neem bijvoorbeeld een gemiddeld kantoor. De verwarming draait al voordat de eerste medewerker binnenkomt, vergaderruimtes worden gekoeld terwijl ze leegstaan en computers blijven ’s avonds onnodig aan. Los van elkaar lijken dit kleine zaken, maar gezamenlijk kunnen ze een aanzienlijk deel van het energieverbruik veroorzaken. Door de instellingen van installaties beter af te stemmen op het werkelijke gebruik, kun je soms al besparen zonder grote investeringen.
Bij productiebedrijven liggen de mogelijkheden vaak op andere plekken. Denk aan persluchtsystemen die ongemerkt energie verliezen door lekkages, machines die blijven draaien terwijl er niet wordt geproduceerd of restwarmte die ongebruikt verdwijnt. In winkels en horecabedrijven kunnen juist koelinstallaties, verlichting en ventilatie interessante aandachtspunten zijn.
Stel dat jouw organisatie jaarlijks 100.000 kWh elektriciteit verbruikt. Wanneer je door slimmer schakelen, betere instellingen en het voorkomen van onnodig verbruik 10% weet te besparen, scheelt dat 10.000 kWh per jaar. Bij een aangenomen elektriciteitsprijs van € 0,25 per kWh levert dat een jaarlijkse besparing van € 2.500 op. Dit is uiteraard een rekenvoorbeeld, maar het laat zien dat energiebesparing niet alleen goed is voor het klimaat, maar ook financieel interessant kan zijn.
Een praktische eerste stap is om het energieverbruik van de afgelopen twaalf maanden eens goed te bekijken. Kun je verklaren waar de energie naartoe gaat en waarom het verbruik op bepaalde momenten hoger is? Als je dat niet weet, heb je waarschijnlijk meteen een interessant verbeterpunt gevonden.
2. Duurzame energie: kijk verder dan zonnepanelen op het dak
Het UNEP-klimaatrapport benadrukt ook het belang van de wereldwijde uitbreiding van hernieuwbare energie. Een van de internationale doelstellingen is om de capaciteit voor duurzame energie in 2030 te verdrievoudigen ten opzichte van 2022. Dat betekent natuurlijk niet dat ieder bedrijf zijn eigen energiecentrale moet bouwen, maar wel dat organisaties kunnen onderzoeken hoe ze hun afhankelijkheid van fossiele energie kunnen verminderen.
Voor bedrijven met een eigen pand kunnen zonnepanelen een interessante oplossing zijn. Toch is het verstandig om niet uitsluitend te kijken naar hoeveel panelen er op het dak passen. Minstens zo belangrijk is de vraag hoeveel opgewekte elektriciteit je zelf kunt gebruiken. Een productiebedrijf dat overdag veel elektriciteit verbruikt, heeft bijvoorbeeld een heel ander energieprofiel dan een kantoor waar medewerkers voornamelijk op dinsdag en donderdag aanwezig zijn.
Ook wanneer zonnepanelen niet mogelijk zijn, bestaan er alternatieven. Je kunt bijvoorbeeld onderzoeken of je elektriciteit kunt inkopen uit aantoonbaar hernieuwbare bronnen, deelnemen aan collectieve energieprojecten op een bedrijventerrein of het energieverbruik beter afstemmen op momenten waarop duurzame elektriciteit beschikbaar is. Daarbij is het verstandig om onderscheid te maken tussen het administratief inkopen van groene stroom en het daadwerkelijk bijdragen aan nieuwe duurzame energieproductie.
Een mooi voorbeeld is een bedrijf dat bepaalde energie-intensieve processen op vaste momenten uitvoert. Door te onderzoeken of een deel van deze werkzaamheden kan worden verschoven naar momenten waarop eigen zonnepanelen veel elektriciteit produceren, kan het bedrijf de zelf opgewekte energie beter benutten. Daarvoor is niet altijd nieuwe technologie nodig. Soms is een andere planning al voldoende.
Natuurlijk moet je daarbij rekening houden met de beschikbare netcapaciteit, eventuele netcongestie en de financiële haalbaarheid. Maar juist daarom is het interessant om eerst te onderzoeken hoe jouw organisatie energie gebruikt, voordat je besluit waarin je gaat investeren.
3. Slimmer vervoer: minder kilometers zijn vaak interessanter dan een andere auto
Het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen is een ander belangrijk onderwerp uit het UNEP-klimaatrapport. Voor bedrijven betekent dit onder andere kritisch kijken naar mobiliteit, transport en logistiek. Elektrische voertuigen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen, maar het vervangen van een brandstofauto door een elektrische auto is niet altijd de eerste of enige stap.
Minstens zo interessant is de vraag of alle kilometers die worden gereden eigenlijk wel noodzakelijk zijn. Neem bijvoorbeeld een bedrijf met vijf servicemedewerkers die ieder jaarlijks 30.000 kilometer afleggen. Samen rijden zij 150.000 kilometer per jaar. Door afspraken slimmer te plannen, klanten geografisch te combineren en bepaalde controles op afstand uit te voeren, kan het aantal gereden kilometers mogelijk worden teruggebracht.
Wanneer dit bedrijf erin slaagt om 15% minder kilometers te rijden, scheelt dat jaarlijks 22.500 kilometer. Bij een gemiddeld brandstofverbruik van 6 liter per 100 kilometer betekent dit een besparing van 1.350 liter brandstof. Daarnaast levert het waarschijnlijk ook reistijd op die medewerkers kunnen besteden aan andere werkzaamheden of aan klanten.
Hetzelfde principe geldt voor organisaties die goederen vervoeren of regelmatig leveringen ontvangen. Door bestellingen te combineren, levermomenten beter af te stemmen of samen te werken met leveranciers, kunnen transportbewegingen worden verminderd. Ook bij woon-werkverkeer liggen mogelijkheden, bijvoorbeeld door fietsen, openbaar vervoer of thuiswerken te faciliteren wanneer dat past bij de werkzaamheden.
De belangrijkste les is dat je niet uitsluitend moet kijken naar het verduurzamen van vervoermiddelen, maar ook naar het verminderen van de vervoersbehoefte. Want een kilometer die niet gereden hoeft te worden, kost geen brandstof, veroorzaakt geen directe uitlaatemissies en neemt ook geen reistijd in beslag.
4. Duurzaam inkopen: je leveranciers hebben misschien meer invloed dan je denkt
Wanneer bedrijven aan de slag gaan met CO₂-uitstoot verminderen, kijken ze meestal eerst naar hun eigen energieverbruik en bedrijfswagens. Dat is logisch, want deze gegevens zijn relatief eenvoudig beschikbaar. Toch kan een belangrijk deel van de klimaatimpact juist buiten de eigen organisatie ontstaan, bijvoorbeeld bij de productie van ingekochte materialen, het transport van goederen of het gebruik en afdanken van producten.
Deze indirecte uitstoot wordt binnen de internationaal gebruikte indeling van broeikasgasemissies grotendeels aangeduid als scope 3. Voor veel organisaties is dit een belangrijk aandachtspunt, omdat zij via hun inkoopbeslissingen invloed kunnen uitoefenen op de uitstoot in hun waardeketen.
Stel dat je een bedrijf hebt dat jaarlijks honderden bureaustoelen, computers of andere kantoorartikelen aanschaft. Dan kun je natuurlijk proberen om producten te kiezen met een lagere klimaatimpact. Maar misschien is er een nog interessantere mogelijkheid: waarom zou je producten vervangen die technisch nog prima functioneren?
Door bestaande meubels op te knappen, apparatuur langer te gebruiken of refurbished producten aan te schaffen, kun je de vraag naar nieuwe grondstoffen en productie verminderen. Dat kan niet alleen de indirecte klimaatimpact verlagen, maar ook aanzienlijke kosten besparen.
Voor productiebedrijven kan het interessant zijn om met leveranciers te kijken naar alternatieve materialen, minder verpakkingen of efficiëntere leveringen. Een leverancier die bijvoorbeeld producten in herbruikbare transportverpakkingen kan leveren, helpt je mogelijk zowel afval als inkoopkosten te verminderen.
Je hoeft daarbij niet direct je complete leveranciersbestand door te lichten. Begin eens met de vijf leveranciers waaraan je jaarlijks het meeste uitgeeft of met de materialen die je in de grootste hoeveelheden gebruikt. Vraag welke mogelijkheden zij zien om de klimaatimpact te verlagen. Grote kans dat zo’n gesprek nieuwe ideeën oplevert waar beide partijen voordeel van hebben.
5. Minder verspillen: goed voor het klimaat én je bedrijfsresultaat
Het UNEP-klimaatrapport besteedt aandacht aan CO₂-uitstoot verminderen in verschillende sectoren, waaronder industrie, landbouw en landgebruik. Voor bedrijven is dit een goede aanleiding om kritisch te kijken naar de hoeveelheid grondstoffen en materialen die ze gebruiken.
Want ieder product dat wordt weggegooid, vertegenwoordigt niet alleen afval, maar ook de energie, materialen en arbeid die nodig waren om het te maken. Wanneer je verspilling voorkomt, verminder je dus niet alleen de hoeveelheid afval die je moet laten verwerken, maar mogelijk ook de uitstoot die eerder in de productieketen is ontstaan.
Neem een productiebedrijf dat jaarlijks voor € 200.000 aan grondstoffen inkoopt. Wanneer 5% daarvan verloren gaat door snijverlies, productiefouten of beschadigingen, vertegenwoordigt dat een inkoopwaarde van € 10.000. Als het bedrijf erin slaagt om dit verlies te halveren, kan dat jaarlijks ongeveer € 5.000 aan grondstofkosten besparen. Daarbij zijn eventuele besparingen op afvalverwerking nog niet meegerekend.
Ook buiten de industrie zijn er volop voorbeelden. Een horecabedrijf kan voedselverspilling verminderen door de inkoop beter af te stemmen op de werkelijke vraag. Een installatiebedrijf kan restmaterialen beter registreren en opnieuw inzetten bij volgende opdrachten. En een kantoororganisatie kan kritisch kijken naar het vervangen van meubilair, computers en andere apparatuur.
Wat deze voorbeelden gemeen hebben, is dat je niet per se nieuwe producten of ingewikkelde systemen nodig hebt. Vaak begint het met beter inzicht in wat er wordt ingekocht, gebruikt en weggegooid.
6. Methaan en ontbossing: ook hier kun je als organisatie invloed uitoefenen
Twee andere onderwerpen die in het UNEP-klimaatrapport nadrukkelijk terugkomen, zijn het verminderen van methaanuitstoot en het tegengaan van ontbossing. Voor veel ondernemers lijken dit misschien onderwerpen die vooral thuishoren bij internationale politiek, landbouwbedrijven of grote industriële ondernemingen. Toch kunnen ook andere organisaties hier indirect aan bijdragen.
Methaan is een krachtig broeikasgas dat onder andere vrijkomt bij de winning en verwerking van fossiele brandstoffen, in de landbouw en bij de verwerking van organisch afval. Organisaties in de voedselketen kunnen bijvoorbeeld bijdragen door voedselverspilling te verminderen en kritisch te kijken naar de herkomst en samenstelling van hun producten. Bedrijven die met gasinstallaties of bepaalde industriële processen werken, kunnen onderzoeken of er mogelijkheden zijn om lekkages en onnodig gasverbruik terug te dringen.
Bij ontbossing ligt de relatie met de bedrijfsvoering vaak in de inkoopketen. Denk aan producten en grondstoffen zoals hout, papier, koffie, cacao, soja en bepaalde oliën. Door bewuster in te kopen en leveranciers te vragen naar de herkomst van materialen, kun je bijdragen aan het verminderen van risico’s op ontbossing.
Een bedrijf dat veel houten verpakkingen gebruikt, kan bijvoorbeeld onderzoeken of gecertificeerd hout, hergebruik of alternatieve verpakkingsmethoden mogelijk zijn. Een horecabedrijf kan bij leveranciers navragen welke garanties zij kunnen geven over de herkomst van koffie en cacao.
De klimaatwinst van dergelijke maatregelen verschilt per product en situatie. Maar het belangrijkste inzicht is dat je invloed niet ophoudt bij de voordeur van je bedrijf. Ook via de keuzes die je maakt in je inkoopketen kun je bijdragen aan bredere klimaatdoelstellingen.
Van goede bedoelingen naar een concreet plan
Na al deze voorbeelden ontstaat misschien een nieuwe uitdaging. Want als er zoveel mogelijkheden zijn, waar moet je dan beginnen? Het risico bestaat dat je enthousiast allerlei maatregelen bedenkt, maar uiteindelijk door de hoeveelheid keuzes niet verder komt dan een goedgevulde actielijst.
Daarom is het verstandig om eerst inzicht te krijgen in de belangrijkste bronnen van uitstoot en verspilling binnen jouw organisatie. Dat hoeft niet meteen een uitgebreid en kostbaar onderzoek te zijn. Vaak kun je al een eerste beeld krijgen door je energieverbruik, brandstofkosten, inkoopgegevens en afvalstromen naast elkaar te leggen.
Vervolgens kun je beoordelen welke maatregelen de grootste impact hebben en hoe haalbaar ze zijn. Een eenvoudige maatregel die je volgende maand kunt uitvoeren, kan interessanter zijn dan een ambitieus project waarvoor pas over drie jaar budget beschikbaar is. Tegelijkertijd is het verstandig om grotere investeringen tijdig te onderzoeken, zodat je bijvoorbeeld bij de vervanging van machines of voertuigen duurzame alternatieven kunt meenemen.
Een praktische aanpak bestaat uit vier stappen:
- Breng je huidige situatie in kaart. Kijk naar energie, mobiliteit, inkoop, materialen en afval.
- Bepaal waar de grootste kansen liggen. Onderzoek welke activiteiten de meeste uitstoot veroorzaken en waar verbeteringen mogelijk zijn.
- Kies haalbare maatregelen. Beoordeel de verwachte klimaatwinst, kosten, terugverdientijd en uitvoerbaarheid.
- Meet wat je bereikt. Leg vast welke maatregelen je neemt en volg de resultaten, zodat je kunt bijsturen.
Het voordeel van deze aanpak is dat duurzaamheid niet blijft hangen in goede bedoelingen. Je maakt zichtbaar wat je doet, wat het oplevert en waar de volgende mogelijkheden liggen. Daarmee bouw je stap voor stap aan een organisatie die efficiënter en duurzamer werkt.
Goed rapport. Maar wat ga jij er nu mee doen?
Het UNEP-klimaatrapport maakt duidelijk dat de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen veel sneller omlaag moet. Tegelijkertijd laat het zien dat veel oplossingen al beschikbaar zijn. De uitdaging is vooral om die oplossingen daadwerkelijk toe te passen. En hoewel jouw organisatie het klimaatprobleem niet in haar eentje kan oplossen, zijn er waarschijnlijk meer mogelijkheden om bij te dragen dan je op het eerste gezicht denkt.
Misschien ontdek je dat je met relatief eenvoudige aanpassingen flink op energie kunt besparen. Misschien liggen de grootste kansen juist bij je leveranciers, je wagenpark of het verminderen van materiaalverspilling. Het interessante is dat veel van deze maatregelen niet alleen bijdragen aan het verminderen van je CO₂-uitstoot, maar ook aan lagere kosten, efficiëntere processen en een toekomstbestendigere organisatie.
De belangrijkste boodschap is dan ook dat je niet alles tegelijk hoeft te veranderen. Begin met inzicht in waar jouw organisatie de meeste impact heeft, bepaal welke verbeteringen haalbaar zijn en zet vervolgens concrete stappen. Want uiteindelijk wordt de waarde van een klimaatrapport niet bepaald door wat erin staat, maar door wat we ermee doen.
Hoe kan Robin Good jou helpen?
Bij Robin Good helpen we organisaties om duurzaamheidsambities te vertalen naar praktische verbeteringen in de dagelijkse bedrijfsvoering. Als ESG-consultant kijken we samen waar de belangrijkste kansen liggen, welke maatregelen daadwerkelijk verschil kunnen maken en hoe je deze op een haalbare manier kunt realiseren. Daarbij houden we rekening met de omvang van je organisatie, je beschikbare budget en de mogelijkheden die je al hebt.
Dat doen we praktisch, betaalbaar en met een glimlach. Geen ingewikkelde trajecten als het eenvoudiger kan, geen kostbare oplossingen als er betaalbare alternatieven zijn en vooral geen duurzaamheid als verplicht nummer. We zoeken naar maatregelen die niet alleen goed zijn voor het klimaat, maar waar je als organisatie ook zelf beter van wordt.

Benieuwd welke mogelijkheden er binnen jouw organisatie liggen om de CO₂-uitstoot te verminderen? Laten we daar eens vrijblijvend over in gesprek gaan. Dan kijken we samen hoe je de inzichten uit het UNEP-klimaatrapport kunt vertalen naar concrete stappen die passen bij jouw organisatie.
Neem contact op met Robin Good. Dan maken we van een goed rapport ook een goed resultaat.
